Beroep werknemer tegen naheffingsaanslag loonbelasting

Beroep werknemer tegen naheffingsaanslag loonbelasting

Voordat iemand beroep bij de bestuursrechter kan instellen, moet hij bezwaar maken bij het overheidsorgaan dat het besluit heeft genomen waartegen deze persoon beroep zou willen instellen. Bezwaar en beroep tegen een belastingaanslag kan alleen worden ingesteld door degene aan wie de belastingaanslag is opgelegd of door degene die belasting op aangifte heeft voldaan of afgedragen of degene van wie belasting is ingehouden.

Inzet van een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden was de vraag of een werknemer bezwaar en beroep kan instellen tegen naheffingsaanslagen loonbelasting die zijn opgelegd aan zijn werkgever. De naheffingsaanslagen hadden betrekking op looncomponenten van de werknemer waarop geen loonbelasting was ingehouden en die ook niet in zijn aangifte inkomstenbelasting waren verwerkt. Volgens de inspecteur betroffen de naheffingsaanslagen eindheffingsbestanddelen. De belasting over eindheffingsbestanddelen geldt als eigen schuld van de werkgever. De werkgever heeft de mogelijkheid om eindheffing te voorkomen door de te weinig geheven loonbelasting op zijn werknemer te verhalen. In dit geval had de werkgever alle benodigde gegevens van de werknemer aan de inspecteur overhandigd en hem gevraagd geen eindheffing toe te passen. Volgens het hof had de werkgever ten tijde van het opleggen van de naheffingsaanslagen het recht en de mogelijkheid tot verhaal op de werknemer. De inspecteur heeft de naheffingsaanslagen berekend naar het enkelvoudig tarief. Bij eindheffingsbestanddelen geldt een ander tarief. Er was daarom geen sprake van eindheffingsbestanddelen. De werknemer had het recht om bezwaar te maken en beroep in te stellen tegen de naheffingsaanslagen. De inspecteur heeft de werknemer ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

De bevoegdheid om een naheffingsaanslag op te leggen vervalt na vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Een van de naheffingsaanslagen had betrekking op het jaar 2008. Deze aanslag was opgelegd met dagtekening 26 februari 2014. Op dat moment was de vijfjaarstermijn verstreken. Het hof heeft deze naheffingsaanslag vernietigd omdat deze te laat was vastgesteld.

Advies nodig rondom dit onderwerp?
Klik hier en neem vrijblijvend contact met Van Der Bruggen op